Jaarfeesten - Het vieren van de seizoenen

De Gehoornde en de Godin

LordLadyBeltane verhaal by Blayze

Een man staat aan de voet van een grote heuvel. Hij is gehuld in een schitterende groene mantel. Bloemen en wijnstokken groeien uit de plooien. Hij is gekroond met een gewei met vele takken en het staat hoog en trots op zijn voorhoofd. Zijn huid glimt met patronen van goud, koper en brons en hij draagt een met een zilveren vlam gepunte speer ingelegd met filigraan van zilverdraad en groen emaille.

Het is halverwege de ochtend en de man lijkt gezond en goed uitgerust, maar er is verlangen in zijn ogen. Hij begint de heuvel te beklimmen, wiegt de speer naar zijn borst. Als hij klimt gooit hij zijn mantel over zijn schouders en je kan zien dat hij slechts een lendendoek eronder draagt. De klim is lang want het pad slingert over de heuvel.

Halverwege de heuvel komt hij bij een heldere bron die uit de rotsen aan de kant van de heuvel ontspringt. De rotsen hebben een kleine, ondiepe, heldere poel in het groen gevormd. Hij maakt van zijn handen een kommetje en drinkt uit de bron. Zorgvuldig reinigt hij de speer met het heldere water en veegt dan de speer zachtjes droog met zijn mantel. Zijn aanraking is teder voor een schijnbaar zo krachtige man. Hij buigt zijn gehoornde hoofd in hommage aan de bron en zet zijn klim voort rond de heuvel.

Op de top van de heuvel is een cirkel van staande stenen, sommigen ruw en sommigen glad en sensueel gebogen. Het gras is vol met wilde bloemen en zijn neusvleugels bewegen als hij de onstuimige geur van de zojuist begonnen zomer opsnuift.

De man beweegt zich gracieus en draagt de speer naar het midden van de cirkel. De zon heeft zijn hoogtepunt bereikt en de warme stralen strijken neer op de gouden huid en schitteren op zijn brons gekleurd haar. Eerbiedig legt hij de speer op de grond en met zijn handen begint hij een klein gat in het gras te graven. Hij uit een machtige kreet, half scherp, half lust en wanneer het gat diep genoeg is, pakt hij de speer en plant de basis in de grond. De zon schittert op de zilveren vlam van de tip.

Wanneer de speer in de aarde wordt gestoken trilt de grond en de man worstelt om overeind te blijven. De stenen om hem heen beginnen te kraken. Het geluid van het breken van stenen verscheurt de lucht als de donder. De man sluit zijn ogen en knielt neer voor de speer. Van binnen uit de gebroken staande stenen ontstaan gelijke aantallen bloem gekroonde maagden en jonge mannen. Allemaal naakt onder de hemel en zon. Ze dragen alleen linten gewikkeld om hun tailles. Wit voor de mannen, rood voor de vrouwen.

Langzaam komen zij uit de stenen en omringen de knielende man. Een voor een wikkelen ze de linten af van elkaars tailles en binden ze aan de punt van de speer, de uiteinden langs de grond slepend. Ze raken de man en hij staat op. Ze nemen de mantel van hem af en leggen deze op de grond waardoor bloemen en bladeren opstaan die als in een wervelwind een kleurrijk ontwerp vormen op de naakte huid van de meisjes en jongens.

De lendendoek van de man wordt ook verwijderd. Een lengte van gouden materiaal vormt zich in een zonnestraal, het verlicht het verlangen op het gezicht van de man. De jonge mannen en vrouwen leiden de man zodat hij tegen de speer gaat staan. Zijn benen omstrengelen het, zijn armen om de schacht, zijn lippen op de zilveren vlam.

De wind trekt aan en maakt muziek tussen de wilde bloemen en grassen. De jonge mannen en vrouwen nemen elk een lint en beginnen te dansen, weven hun linten tegen de man als ze draaien.

Ze dansen en weven, dans en weven op de prachtige muziek van de wind, weven de man en de zilveren speer samen. Uiteindelijk is alles wat kan worden gezien een mensvorm verweven in de rode en witte linten.

De vrouwen en mannen dansen weg van de linten en cirkelen rond de top van de heuvel, dansen in en uit de de staande stenen. Als ze terug dansen naar hun linten beginnen ze te dansen in tegengestelde richting, het proces van ontvlechting van de linten. Een glimp van een bleke manestraal buigt zich om de gepolijste bronzen haren van de man. Als de dansers de linten ontwikkelen zien ze dat de man nu samen is met een mooie meisje dat krachtig straalt. De speer is verdwenen en hun naakte lichamen verstrengeld, huid op huid, hart tot hart. Ze bewegen op het ritme van de dans. Vreugde stroomt van hen af als linten. De mooie vrouw draagt een kroon op haar hoofd die aan de rode en witte linten is gebonden. Ze is de Meikoningin en de man is haar Koning.

Als de linten ontspannen onderzoeken de handen van het paar elkaar en hun lippen zijn in een hartstochtelijke kus vergrendeld.

De jonge mannen en vrouwen laten langzaam hun linten op de grond glijden en ze vallen zachtjes op het gras. Lijnen van de macht vloeien uit de linten over het land. De jonge mannen en vrouwen  verplaatsen zich naar de grens van de steencirkel. De dag gaat over in de nacht en als de schemering invalt zie je grote vreugdevuren ontstaan die zich verbinden met de lijnen van macht. Van heuveltop naar heuveltop, zo ver als het oog kan zien. Nog steeds omarmen de koning en koningin elkaar en vruchtbaarheid stroomt over het land, langs de lijnen van het lint, licht en vlam. Ze zijn als een, hun ledematen verstrengeld als de linten van de heilige dans.

De jonge mannen en vrouwen vormen paartjes en verstrengelen met elkaar. Langzaam omsluiten de stenen hen weer en spiralen van ruwe en gladde rots omringen hen.

De omhelzing van de Koning en de Koningin eindigt en ze maken zich langzaam los van elkaar. De koningin verwijdert haar kroon van linten en trekt de uiteinden van de linten dicht naar zich toe. Nog steeds is er de branden gloed in de verte. Ze wikkelt de linten rond het lichaam van de Koning waar ze beginnen te verharden tot een pantser. Het pantser neemt de brons, koper en gouden tinten van het lichaam van de koning aan. Niet langer naakt wordt hij opnieuw bekleed met macht en bescherming.

De Koning neemt de kroon van haar aan en plaatst deze eerbiedig op haar door manestralen verlichte haren.

De Koninging beweegt zich van hem af en je ziet dat ze een ronde buik heeft, zwanger zoals het land zwanger is, vruchtbaar zoals het land nu vruchtbaar is.

De koning reikt naar de grond en trekt het land als een mantel rond haar lichaam. Ze zakt op de grond in zijn omhelzing, een glimlach van tevredenheid op haar lippen. Ze is gehuld in de wilde bloemen en grassen, een gebaar van liefde.

Hij kust haar nog een keer als de nacht hen omhult. De gloeiende vreugdevuren op elke heuvel knipogen langzaam uit, een voor een.

Zoeken

Volg ons op ...

facebook-68-1twitter-116-1

img_1245a.jpg

De Aardewinkel

grunge-raaf

Aanmelden voor ...

Nieuwsbriefbanner1